Algemene Voorwaarden

Op al onze diensten zijn de algemene voorwaarden voor taxivervoer van toepassing.
Deze zijn tot stand gekomen in overleg met de Consumentenbond.

ARTIKEL 1 – Begripsomschrijving
ARTIKEL 2 – Toepassingsgebied Algemene Voorwaarden
ARTIKEL 3 – Totstandkoming Vervoerovereenkomst
ARTIKEL 4 – Beëindiging en annulering Vervoerovereenkomst
ARTIKEL 5 – Verplichtingen en bevoegdheden
ARTIKEL 6 – Betaling
ARTIKEL 7 – Verplichtingen en bevoegdheden
ARTIKEL 8 – Handbagage
ARTIKEL 9 – Vervoer van dieren
ARTIKEL 10 – Gevonden voorwerpen
ARTIKEL 11 – Overmacht
ARTIKEL 12 – Aansprakelijkheid van Vervoerder
ARTIKEL 13 – Aansprakelijkheid van Reiziger
ARTIKEL 14 – Klachten en geschillen
ARTIKEL 15 – Nakomingsgarantie
ARTIKEL 16 – Overige voorwaarden

ARTIKEL 1 – BEGRIPSOMSCHRIJVING

In deze Algemene Voorwaarden voor Taxivervoer wordt verstaan onder:

Taxivervoer: al het overeengekomen personenvervoer per Auto zoals
bedoeld in artikel 1 sub f. van de Wet personenvervoer 2000,
waarbij de ritprijs van tevoren is overeengekomen dan wel
wordt bepaald door het hanteren van de Taxameter. Het
vervoer omvat tevens het in- en uitstappen.

Vervoerovereenkomst: de tussen Reiziger/ Opdrachtgever en Vervoerder afgesloten
overeenkomst om taxivervoer te verrichten.

Taxistandplaats: een deel van de voor het openbaar verkeer openstaande weg
dat door de wegbeheerder is aangewezen als parkeerplaats
voor taxi’s.

Auto: motorrijtuig, als bedoeld in artikel 1 sub f. van de Wet
personenvervoer 2000.

Reiziger: de persoon die door Vervoerder wordt vervoerd.

Opdrachtgever: de natuurlijke of rechtspersoon die een Vervoerovereenkomst
aangaat met Vervoerder.

Opdracht: a. een opdracht van een natuurlijke persoon aan een
Vervoerder die op een Taxistandplaats reizigers afwacht;
b. iedere andere opdracht van een Reiziger/ Opdrachtgever
aan Vervoerder.

Vervoerder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon, diens Bestuurder(s)
van de auto(’s) daaronder begrepen, die zich verbindt
personen te vervoeren per Auto.

Bestuurder: bestuurder van de auto waarmee taxivervoer wordt verricht
(de taxichauffeur) in dienst van Vervoerder met inbegrip van
andere Bestuurders van de auto, die niet in dienst zijn van
vervoerder maar wel dienst doen in zijn opdracht in een
vervoermiddel van Vervoerder of een vervoermiddel dat aan
Vervoerder beschikbaar is gesteld.

Handbagage: bagage die een Reiziger als gemakkelijk mee te voeren,
draagbaar dan wel verrijdbaar bij zich heeft, daaronder
begrepen levende dieren, alsmede andere voorwerpen die
door de Vervoerder als handbagage worden toegelaten.

Taxameter: apparaat in de auto dat de vervoerprijs overeenkomstig de
kenbaar gemaakte tarieven aangeeft. De Taxameter dient
zichtbaar aanwezig te zijn.

ARTIKEL 2 – TOEPASSINGSGEBIED ALGEMENE VOORWAARDEN

Deze Algemene Voorwaarden zijn van toepassing op alle Vervoerovereenkomsten en
vormen de basis voor de behandeling van geschillen door de Geschillencommissie
Taxivervoer, zoals bedoeld in artikel 14 van deze algemene voorwaarden.

ARTIKEL 3 – TOTSTANDKOMING VERVOEROVEREENKOMST

1. Een Vervoerovereenkomst komt tot stand door aanvaarding door de Reiziger van het
aanbod van de Vervoerder.
2. Als sprake is van een Opdracht als bedoeld in artikel 1 lid 7a., dan is Vervoerder
verplicht deze opdracht te aanvaarden, behoudens het bepaalde in artikel 4 lid 1.
3. De verplichtingen van Vervoerder, waaronder artikel 7, gelden eveneens tegenover
de Reiziger die niet als Opdrachtgever optreedt.

ARTIKEL 4 – BEËINDIGING EN ANNULERING VERVOEROVEREENKOMST

1. Vervoerder kan het voortzetten van de rit onmiddellijk staken en aldus de
Vervoerovereenkomst beëindigen, indien de Reiziger dusdanige hinder veroorzaakt
dat in alle redelijkheid niet van de Vervoerder kan worden gevergd dat hij de Reiziger
(verder) vervoert. Vervoerder kan in dat geval de Reiziger gelasten het voertuig
onmiddellijk te verlaten.
2. Vervoerder is in een geval zoals is bedoeld in lid 1, niet gehouden de Reiziger enige
schade te vergoeden.
3. Bij voortijdige beëindiging is Reiziger, ingeval de ritprijs tot stand komt via de
Taxameter, het bedrag verschuldigd dat de Taxameter aangeeft op het moment van
beëindiging van de rit. Ingeval voor aanvang van de rit een ritprijs is
overeengekomen, is Reiziger een evenredig deel van de vooraf overeengekomen prijs
verschuldigd, ter vergoeding van het reeds gereden deel van de rit.
4. Reiziger/Opdrachtgever kan voor aanvang van de bij Vervoerder bestelde rit afzien.
In een dergelijk geval is de Reiziger/Opdrachtgever gehouden tot een
schadeloosstelling naar redelijkheid en billijkheid aan de Vervoerder wanneer sprake
is van aantoonbare schade. Dit geldt ook wanneer de Reiziger niet verschijnt op de
met de Vervoerder afgesproken plaats.
5. Ingeval Vervoerder bij een bestelde rit niet volgens afspraak verschijnt, heeft Reiziger
bij aantoonbare schade recht op een op redelijkheid en billijkheid gebaseerde
schadevergoeding.

ARTIKEL 5 – VERPLICHTINGEN EN BEVOEGDHEDEN REIZIGER

1. Reiziger is gehouden:
a. door Vervoerder in alle redelijkheid gegeven aanwijzingen of instructies op te
volgen, zoals het plaatsnemen op de door vervoerder aangewezen zitplaats;
b. de gordel om te doen, voorafgaand aan de rit.
Een boete die voortvloeit uit het zich niet houden aan deze verplichting door
de Reiziger kan op deze worden verhaald.
2. Reiziger is verplicht zich in de Auto te onthouden van:
a. beschadiging en/of verontreiniging van de Auto;
b. het gebruik van alcoholhoudende dranken, tenzij met uitdrukkelijke
toestemming van Vervoerder;
c. het meevoeren en/of gebruiken van verdovende middelen;
d. het gebruiken van rookwaar;
e. agressie, het plegen van handtastelijkheden, het lastig vallen, bedreigen,
dan wel zich op een andere wijze onbehoorlijk gedragen jegens Vervoerder
en of anderen;
f. het op enigerlei wijze hinderen van Vervoerder in de uitoefening van zijn taak.
3. Reiziger is gehouden hetzij de vooraf overeengekomen ritprijs, hetzij de door de
Taxameter bepaalde ritprijs te betalen.
4. Wanneer vóór of tijdens de rit omstandigheden aan de zijde van Vervoerder zich
opdoen of naar voren komen, die Reiziger bij het sluiten van de overeenkomst niet
behoefde te kennen, doch die, indien zij hem wel bekend waren geweest,
redelijkerwijs voor hem grond hadden opgeleverd de
Vervoerovereenkomst niet of op andere voorwaarden aan te gaan, is Reiziger
bevoegd de overeenkomst op te zeggen. De opzegging geschiedt door een
mondelinge of schriftelijke kennisgeving van de reiziger en de overeenkomst eindigt
op het ogenblik van ontvangst daarvan door vervoerder. Naar maatstaven van
redelijkheid en billijkheid zijn partijen na opzegging van de Vervoerovereenkomst
verplicht elkaar de daardoor geleden schade te vergoeden.
5. Reiziger is bevoegd om tussentijds de eindbestemming van de rit te wijzigen; dit met
inachtneming van het in lid 3 gestelde.
6. Indien Reiziger er voor kiest zelf het portier te openen, is deze verplicht het portier
zodanig te openen, dat geen hinder en/of gevaar voor het verkeer ontstaat.

ARTIKEL 6 – BETALING

1. Uitvoering op grond van de Vervoerovereenkomst geschiedt op grond van de Wet
Personenvervoer 2000 vastgestelde en op correcte wijze bekend gemaakte tarieven,
zoals bepaald door de Taxameter of waarbij de ritprijs van te voren overeen is
gekomen.
2. Betalingen door Reiziger/Opdrachtgever aan Vervoerder dienen contant met een in
Nederland algemeen geaccepteerd betaalmiddel te geschieden, daarbij algemeen
erkende vormen van elektronische betalingen inbegrepen, tenzij anders is
overeengekomen.
3. Vervoerder is gerechtigd bij Reiziger/Opdrachtgever te bevorderen dat contante
betalingen in gepast geld worden voldaan. Vervoerder is niet gehouden een
hoeveelheid munten als betaling aan te nemen, als het tellen daarvan een
onevenredig oponthoud veroorzaakt.
4. a. Indien de consument niet tijdig aan zijn betalingsverplichting(en) voldoet, is
deze, nadat hij door de ondernemer is gewezen op de te late betaling en de
ondernemer de consument een termijn van 14 dagen heeft gegund om
alsnog aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, na het verstrijken van
deze 14-dagen-termijn over het nog verschuldigde bedrag de wettelijke
rente verschuldigd en is de ondernemer gerechtigd de door hem gemaakte
buitengerechtelijke incassokosten in rekening te brengen. Deze
incassokosten bedragen maximaal: 15% over openstaande bedragen tot €
2.500,-, 10% over de daaropvolgende € 2.500,- en 5% over de volgende €
5.000,- met een minimum van € 40,-. De ondernemer kan ten voordele van
de consument afwijken van genoemde bedragen en percentages.
b. Voor zover Reiziger/Opdrachtgever handelde in de uitoefening van een
beroep of bedrijf maakt Vervoerder aanspraak op vergoeding van de
buitengerechtelijke (incasso)kosten, welke kosten in dat geval, in afwijking
van artikel 6:96 lid 4 BW en in afwijking van het Besluit vergoeding voor
buitengerechtelijke incassokosten, worden vastgesteld op een bedrag gelijk
aan 15 % van de totaal openstaande hoofdsom met een minimum van € 75,-
voor iedere gedeeltelijk of volledig onbetaald gelaten factuur.
5. Partijen zijn gerechtigd om wederzijdse vorderingen te verrekenen.

ARTIKEL 7 – VERPLICHTINGEN EN BEVOEGDHEDEN VERVOERDER

1. Vervoerder is verplicht de Reiziger, alsmede de door hem meegevoerde Handbagage
op zorgvuldige en veilige wijze te vervoeren.
2. Vervoerder is verplicht de Reiziger naar de bestemming te brengen volgens de voor
de Reiziger gunstigste weg: hetzij via de snelste dan wel economisch voordeligste
route, tenzij de Reiziger of de meldkamer/ centrale nadrukkelijk verzoekt of
opdracht geeft om langs een andere route te rijden.
3. Vervoerder is verplicht Reiziger behulpzaam te zijn bij het in- en uitstappen alsmede
het in- en uitladen van Handbagage, tenzij zulks om (verkeers- )technische redenen
onmogelijk is.
4. Vervoerder is bij gebruik van de Taxameter verplicht de stand van de Taxameter bij
het einde van de rit zo lang te laten staan, dat Reiziger zich redelijkerwijs van de
stand op de hoogte heeft kunnen stellen.
5. Vervoerder is verplicht om, zoals voorgeschreven in artikel 1c van de Regeling
maximumtarief en bekendmaking tarieven taxivervoer, aan de Reiziger een
betalingsbewijs te verstrekken waarop tenminste de daar voorgeschreven gegevens
staan, zoals de ritprijs en daarbij toegepaste tarieven, de gereden afstand, naam,
adres en nummer vergunning van het bedrijf, kenteken voertuig, datum en beginen
eindtijdstip van de rit.
6. Vervoerder is verplicht zorgvuldig om te gaan met de persoonlijke gegevens,
verkregen in verband met de boeking van ritten of anderszins. Vervoerder verwerkt
deze gegevens conform de Wet bescherming persoonsgegevens..
7. Als de Vervoerder het vervoer geheel of gedeeltelijk staakt, stelt de hij Reiziger zo
spoedig mogelijk in kennis van het staken en indien mogelijk van de redenen, de
door hem te nemen maatregelen en de mogelijke tijdsduur.

ARTIKEL 8 – HANDBAGAGE

1. Reiziger is verplicht zijn Handbagage deugdelijk te verpakken.
2. Vervoerder heeft het recht het vervoer van Handbagage, welke door zijn aard lastig,
gevaarlijk of verboden is c.q. kan zijn, dan wel aanleiding kan geven tot
beschadiging of verontreiniging, te weigeren. Een dergelijke situatie doet zich in
ieder geval voor indien Handbagage bestaat uit:
a. vuurwapens, slag- en/of steekwapens;
b. ontplofbare stoffen;
c. samengeperste gassen in reservoirs;
d. voor zelfontbranding vatbare of licht ontvlambare stoffen;
e. sterk of kwalijk ruikende stoffen;
f. verdovende middelen;
g. munitie.
3. Vervoerder is verplicht redelijke zorg aan te wenden zodat Handbagage van Reiziger
niet verloren gaat of beschadigd wordt.

ARTIKEL 9 – VERVOER VAN DIEREN

1. Levende dieren mogen, behoudens hetgeen in het volgende lid van dit artikel is
bepaald, in gemakkelijk draagbare mand, tas of een dergelijk voorwerp welke kan
worden neergezet of op schoot gehouden, worden meegevoerd. Honden mogen
evenwel ook op andere wijze worden meegevoerd, mits kort aangelijnd.
2. De in het eerste lid bedoelde dieren mogen niet worden meegenomen, indien deze
op enigerlei wijze voor Reiziger of voor de Bestuurder lastig of hinderlijk kunnen zijn
of lijden aan een ernstige ziekte.
3. Hulphonden, zoals blindengeleidehonden dienen onder alle omstandigheden te
worden meegenomen. Indien een Bestuurder allergisch is, dient hij/zij binnen 15
minuten voor vervangend vervoer te zorgen.

ARTIKEL 10 – GEVONDEN VOORWERPEN

Met betrekking tot gevonden voorwerpen geldt, met inachtneming van de algemene
wettelijke bepalingen (artikel 5 t/m 12 van boek 5 Burgerlijk Wetboek) ten aanzien van de
aangifte- en meldingsplicht en het in bewaring geven en nemen, het volgende:
1. Reiziger is verplicht zo spoedig mogelijk bij Vervoerder mededeling te doen van een
door hem gevonden voorwerp of geldsom. Vervoerder is bevoegd tegen afgifte van
bewijs een aldus gevonden voorwerp of geldsom in bewaring aan te nemen. Indien
de vinder het gevonden voorwerp of de geldsom onder zich houdt, is hij verplicht al
datgene te doen wat redelijkerwijs van hem kan worden gevergd om de eigenaar of
verliezer te vinden.
2. Vervoerder is bevoegd een door Bestuurder gevonden of door een ander gevonden
en aan hem afgegeven voorwerp na drie maanden of, indien het voorwerp niet voor
bewaring geschikt is, eerder te verkopen, voor zover het betreft niet kostbare
zaken.
3. Vervoerder is verplicht een gevonden voorwerp, de opbrengst van een ingevolge lid
2 verkocht voorwerp of het bedrag van een gevonden geldsom aan de
rechthebbende af te geven, indien deze zich binnen één jaar na melding van verlies
aanmeldt. Indien de rechthebbende het gevonden voorwerp of de opbrengst van de
verkoop daarvan opeist, mag de Vervoerder hem het verschuldigde bewaarloon en
administratiekosten in rekening brengen.

ARTIKEL 11 – OVERMACHT

1. Een tekortkoming kan Vervoerder niet worden toegerekend wanneer deze niet is te
wijten aan zijn schuld, of als deze noch krachtens de wet, rechtshandeling of in het
verkeer geldende opvattingen voor zijn rekening komt (overmacht). Als de
Vervoerder door overmacht niet aan haar verplichtingen jegens
Reiziger/Opdrachtgever kan voldoen, kan de Reiziger/Opdrachtgever de
overeenkomst ontbinden. De Vervoerder zal in dat geval door de
Reiziger/Opdrachtgever vooruitbetaalde bedragen zo spoedig mogelijk terugbetalen.
2. In geval van overmacht heeft Reiziger/Opdrachtgever geen recht op
schadevergoeding, behoudens het bepaalde in artikel 6:78 van het Burgerlijk
Wetboek.

ARTIKEL 12 – AANSPRAKELIJKHEID VAN VERVOERDER

1. Vervoerder is aansprakelijk voor de schade veroorzaakt door dood of letsel van de
Reiziger ten gevolge van een ongeval dat in verband met en tijdens het vervoer de
reiziger is overkomen. Vervoerder is niet aansprakelijk, indien het ongeval is
veroorzaakt door een omstandigheid die een zorgvuldig Vervoerder niet heeft
kunnen vermijden en waarvan Vervoerder de gevolgen niet heeft kunnen
verhinderen. De schadevergoeding die vervoerder in genoemde omstandigheden
mogelijk verschuldigd is, is wettelijk beperkt tot € 1.000.000 per reiziger met een
maximum van € 15.000.000 per gebeurtenis.
2. Vervoerder is aansprakelijk voor schade veroorzaakt door geheel of gedeeltelijk
verlies dan wel beschadiging van de handbagage, voor zover dit verlies of deze
beschadiging is ontstaan tijdens het vervoer en is veroorzaakt:
a. door een aan Reiziger overkomen ongeval dat voor rekening van Vervoerder
komt; of
b. door een omstandigheid die een zorgvuldig Vervoerder heeft kunnen
vermijden of waarvan de Vervoerder de gevolgen heeft kunnen verhinderen.
De schadevergoeding die Vervoerder mogelijk
verschuldigd is in geval van verlies of beschadiging van Handbagage is
wettelijk beperkt tot een bedrag van € 1.500,- per Reiziger.
3. In geval van vertraging is Vervoerder wettelijk aansprakelijk tot een maximum van
€ 1000,-.

ARTIKEL 13 – AANSPRAKELIJKHEID VAN REIZIGER

Reiziger is in beginsel verplicht aan Vervoerder de schade te vergoeden die hij of zijn
Handbagage aan Vervoerder berokkent, behalve voor zover deze schade is veroorzaakt
door een omstandigheid die een zorgvuldig Reiziger niet heeft kunnen vermijden en voor
zover zulk een Reiziger de gevolgen daarvan niet heeft kunnen verhinderen. Reiziger kan
geen beroep doen op de hoedanigheid of
een gebrek van zijn Handbagage. Ook schoonmaakkosten behoren tot de in dit artikel
bedoelde vergoeding van schade.

ARTIKEL 14 – KLACHTEN EN GESCHILLEN

1. Klachten over de totstandkoming en uitvoering van de Vervoerovereenkomst
moeten volledig en duidelijk omschreven worden ingediend bij Vervoerder binnen
bekwame tijd nadat Reiziger/Opdrachtgever de gebreken heeft geconstateerd of
redelijkerwijs had moeten constateren.
2. Vervoerder spant zich in om, mede ter voorkoming van geschillen, bij klachten van
Reiziger deze serieus en in redelijkheid naar genoegen van Reiziger af te handelen.
3. Ingeval partijen niet tot een afronding komen, dient Vervoerder de klagende
Reiziger te wijzen op de mogelijkheid het aldus ontstane geschil aan de in lid 5
genoemde geschillencommissie te kunnen voorleggen.
4. Reiziger moet ingeval hij Vervoerder aansprakelijk stelt voor schade, deze schade zo
spoedig mogelijk schriftelijk aan Vervoerder melden. De aard en de omvang van de
schade moet daarbij bij benadering worden aangegeven.
5. Geschillen tussen Reiziger/Opdrachtgever en Vervoerder over de totstandkoming of
de uitvoering van overeenkomsten met betrekking tot door deze Vervoerder te
leveren of geleverde diensten, kunnen zowel door Reiziger/Opdrachtgever als door
Vervoerder worden voorgelegd aan de Geschillencommissie Taxivervoer, Postbus
90600, 2509 LP Den Haag.
6. Een geschil wordt door de geschillencommissie slechts in behandeling genomen,
indien Reiziger/Opdrachtgever zijn klacht eerst aan Vervoerder heeft voorgelegd.
7. Nadat de klacht aan Vervoerder is voorgelegd dient het geschil uiterlijk drie
maanden na het ontstaan daarvan schriftelijk bij de geschillencommissie aanhangig
te worden gemaakt.
8. Wanneer Reiziger een geschil voorlegt aan de geschillencommissie, is Vervoerder
aan deze keuze gebonden. Indien Vervoerder dit wil doen, moet hij Reiziger
schriftelijk vragen zich binnen vijf weken uit te spreken of hij daarmee akkoord
gaat. Vervoerder dient daarbij aan te kondigen dat hij zich na het verstrijken van
voornoemde termijn vrij zal achten het geschil aan de gewone rechter voor te
leggen.
9. De geschillencommissie doet uitspraak met inachtneming van de bepalingen van het
voor haar geldende reglement. Het reglement van de geschillencommissie wordt
desgevraagd toegezonden. De beslissingen van de geschillencommissie geschieden
bij wege van bindend advies. Voor de behandeling van een geschil is een
vergoeding verschuldigd.
10. Uitsluitend de Nederlandse rechter dan wel de hierboven genoemde
geschillencommissie is bevoegd van geschillen kennis te nemen.

ARTIKEL 15 – NAKOMINGSGARANTIE

1. KNV Taxi staat garant voor de nakoming van de bindend adviezen van de
Geschillencommissie Taxivervoer door haar leden, tenzij het lid het bindend advies
binnen twee maanden na de verzending daarvan ter vernietiging aan de rechter
voorlegt. Deze garantstelling herleeft, indien het bindend advies na toetsing door de
rechter in stand is gebleven en het vonnis waaruit dit blijkt, in kracht van gewijsde
is gegaan.
2. KNV Taxi verschaft geen nakomingsgarantie indien, voordat het geschil door de
Geschillencommissie Taxivervoer ter zitting is behandeld en een eindbeslissing is
gewezen, van één van de volgende situaties sprake is:
a. aan het lid is surseance van betaling verleend, of;
b. het lid is failliet verklaard, of;
c. de bedrijfsactiviteiten zijn feitelijk beëindigd.
Bepalend voor deze laatste situatie is de datum waarop de bedrijfsbeëindiging in het
Handelsregister is ingeschreven of een eerdere datum, waarvan KNV Taxi
aannemelijk kan maken dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk zijn beëindigd;
3. De garantstelling door KNV Taxi is beperkt tot € 10.000,- per bindend advies. KNV
Taxi verstrekt deze garantstelling onder de voorwaarde dat de consument die op
deze garantie een beroep doet, zijn vordering op grond van het bindend advies tot
maximaal het uitgekeerde bedrag aan KNV Taxi overdraagt (cedeert), gelijktijdig
met de honorering van zijn beroep op de nakomingsgarantie. Voor het meerdere
heeft KNV Taxi een inspanningsverplichting om ervoor te zorgen dat het lid het
bindend advies nakomt. Deze inspanningsverplichting houdt in dat de consument
wordt aangeboden zijn vordering voor het meerdere eveneens aan KNV Taxi over te
dragen, waarna deze organisatie op eigen naam en op kosten van KNV Taxi de
betaling daarvan in rechte zal vragen ter voldoening aan de consument of de
consument wordt aangeboden dat KNV Taxi op naam van de consument en op
kosten van KNV Taxi de (buiten)gerechtelijke incassoprocedure zal voeren, een en
ander ter keuze van KNV Taxi.

ARTIKEL 16 – OVERIGE VOORWAARDEN

1. KNV Taxi zal deze Algemene Voorwaarden slechts wijzigen in overleg met de
Consumentenbond.
2. Alle Vervoerovereenkomsten waarop deze voorwaarden van toepassing zijn
verklaard, zijn onderworpen aan Nederlands recht.
3. Vervoerder is verplicht bekendheid te geven aan de wijze waarop
Reiziger/Opdrachtgever op diens verzoek deze Voorwaarden kan verkrijgen.
4. Deze Algemene Voorwaarden zijn openbaar en te raadplegen via internet, onder
meer op www.knv.nl, en desgevraagd ook kosteloos verkrijgbaar bij de vervoerder.